zondag 26 januari 2014

Said: Van Concertzaal naar Straathoek

“Ik was niet gelukkig, ik had het gevoel niet meer mezelf te kunnen zijn,” vertelt de 50-jarige Said. De Egyptische percussionist is in traditionele kleding gehuld. Tussen zijn optredens op een Middeleeuwse markt door heeft hij de tijd genomen om over zijn ingrijpende keuze te vertellen. Ruim twintig jaar geleden gaf Said zijn baan als percussionist in een groot orkest op. Inmiddels speelt hij als ingehuurde straatmuzikant op Middeleeuwse evenementen in heel Duitsland en Nederland. “Dat ik veel onderweg ben is voor mij niets nieuws. Ik heb altijd al veel gereisd en op veel verschillende plekken opgetreden, dat was ook nooit het probleem.”

Het probleem, zo legt hij uit, was het gevoel van vrijheid en creativiteit verloren te hebben.
“Ik woonde in de beste hotels in Duitsland, at in de beste restaurants en kreeg van alle kanten aanbiedingen om over te stappen naar een ander orkest. Maar dat wat ik zo graag doe, het trommelen, de muziek voelen, dat was daar niet mogelijk. We repeteerden altijd precies hoe een voorstelling zou lopen, maar mijn collega’s waren niet flexibel. Wanneer we iets geoefend hadden moest dat ook precies zo lopen tijdens de voorstelling. Daar had ik niet de mogelijkheid te improviseren of eens iets anders te doen. Wanneer ik bijvoorbeeld een extra slag in het ritme inbond, dan raakten de dansers totaal in de war en keken me aan met een blik van ‘wat DOE je!?’
Het waren steeds weer dezelfde slagen in dezelfde maat.  Ik hield het daar niet meer uit.”

Niet al te lang na zijn aankomst in Duitsland besloot hij aldus zijn baan en luxe op te geven. Maar wat doe je in een land waarvan je de taal nog niet spreekt? Said besloot muziekles te geven om zo anderen te laten zien wat voor geluk het kan brengen om muziek te maken vanuit het hart.
“Op een dag kwam er een man binnen tijdens een muziekles en zei tegen mijn collega: ‘Ik heb dit weekend trommelaars nodig!’ Hij was bereid voor een weekend 400 Duitse mark te betalen. Dat was ontzettend veel geld in die tijd. Ik heb er dus ook niet lang over nagedacht voor ik ja zei.

Toen ik dat weekend daarheen reisde wist ik niet wat ik zag. De man die ons ingehuurd had, had verteld dat het ging om spelen op een festival, maar niet wat voor festival. Ik zag daar allemaal rare mensen in middeleeuwse kleding, tenten en houten hutjes. De andere muzikanten waren een stel freaks in bizarre kleding. We werden kort voorgesteld en hadden weinig tijd om te praten of oefenen, het was direct tijd voor ons eerste optreden. Ik dacht, oh nee, dat wordt niets, tot ze met hun bizarre doedelzakken en fluiten begonnen te spelen. Het was prachtig om ze te begeleiden, te improviseren en allerlei verschillende stukken met variërende maten te spelen. We deden gewoon maar wat goed voelde, en dat werkte!
Dat weekend heb ik ook mijn huidige collega leren kennen. Ik wilde nooit meer weg van dat bizarre groepje freaks.”

De volle theaters en concertzalen mist hij absoluut niet. “Hier heb je echt contact met mensen, er ontstaat interactie door onze muziek. Het maakt me niet uit hoe groot het publiek is. Wanneer er twee mensen luisteren, van de muziek genieten, misschien zelfs dansen, dan word ik blij. Je ziet hier op straat direct of de muziek bij de mensen aankomt of niet. Wanneer je een slechte dag hebt dan merken de mensen dat, dan blijven ze niet zo lang staan en luisteren. Maar wanneer je er zelf van geniet, dan genieten de mensen er ook van, wat weer positief op ons terugwerkt.
Natuurlijk is het fijn wanneer er veel mensen zijn, zoals vandaag. Dan spelen we voor in de straat, dan op het plein, dan hier en dan weer overnieuw. Na zo’n dag zijn we ook behoorlijk kapot, maar de reactie van al die mensen maakt het dat waard.“
Said heeft absoluut geen spijt van het afscheid van zijn luxeleven toentertijd. Op de vraag of hij het niet lastig vind in verhouding met vroeger zo weinig geld te verdienen grijnst hij. “Met dat geld kan ik geen vrijheid kopen habibi. Hier zo op de markt is het natuurlijk lastiger. Sommige dagen lopen mensen alleen aan ons voorbij en verdienen we bijna niets, maar we zijn vrij. Leven op de markt is vrijheid. De markt is vrijheid.”

Dan is het einde van onze ontmoeting aangebroken. De collega met de doedelzak wenkt, het is tijd voor het volgende optreden. Said slaat drie keer op zijn trommel om de aandacht van de voorbijlopende bezoekers te trekken.

Hij lacht.


“Heb je zin om te dansen?”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen